Lesson Dutch

The alphabet.!

(learn the song: de 26 letters van het alfabet)

 

De a van aap en b van bal
C van club en d van dal
E van eend en f van fred
Dat zijn de eerste letters van 't alfabet
Abcdefg
Zing dit liedje met mij mee
De letters gaan van a tot z
De 26 letters van het alfabet
De h van hij en i van ik
J van jij en k van klik
L van lach en m van met
Dan heb je weer wat letters van 't alfabet
Nopqrst
Zing dit liedje met mij mee
De letters gaan van a tot z
De 26 letters van het alfabet
De u de v, de w erbij
En na de x komt nog de y
En tot slot de letter z
Dan heb je alle letters van 't alfabet
Abcdefg
Zing dit liedje met mij mee
De letters gaan van a tot z
De 26 letters van het alfa
De 26 letters van het alfa
De 26 letters van het alfabet

Verbs.

Zijn (= to be)

Ik ben

Jij bent

Hij/ zij zijn

Wij zijn

Jullie zijn

Zij zijn

 

Hebben (= to have)

Ik heb

Jij hebt

Hij/zij heeft

Wij hebben

Jullie hebben

Zij hebben

Wonen (= to live)

Ik woon

Jij woont

Hij/ zij woont

Wij wonen

Jullie

Wonen

Zij wonen

Some sentences in Dutch

 

Ik ben Lien.                  I am Lien.

Ik heb een zus.                I have a sister.

Ik woon in Izegem.         I live in Izegem.

Ik ben 16 jaar oud.          I am 16 years old.

Some simple sentences.

 

Who are you?                   Wie ben jij?

Where do you live?       Waar woon jij?

How are you?                   Hoe gaat het (met jou)?

 

I’m ok.                                 Ik voel me goed.

I’m not ok.                         Ik voel me niet goed.

 

Now practice this Oral!

 

A: Hallo!

B: Hallo, wie ben jij?

A: Ik ben … en jij?

B: Ik ben …. Hoe gaat het met jou?

A: Ik voel me goed vandaag (= today). En jij?

B: Ik voel me niet zo goed vandaag.

 

Presents yourself.

 

3 things

 

1)      Say your name!

2)      Your age

3)      Your hobby’s.

 

Say your name!

 

My name is…     Ik heet….

I’m …..                  Ik ben…..

 

Your age.

 

I’m……years old.              Ik ben ….. jaar oud.

 

Your hobby’s.

 

I like to…..          Ik …… graag

                               Ik speel graag…..

                               Ik doe graag….

 

Dance                   Dansen               

Playing socker  Voetballen

Piano                    Piano

Music                   Muziek

To sing                 Zingen

………..                   ………….

………..                   ………….

 

Ik dans graag.

Ik speel graag piano.

Ik doe graag voetbal.

 

Now present yourself for the class.    

 

V.E.: Ik heet Yolin. Ik ben 16 jaar oud. Ik zing graag.

 

Some words en sentences.

 

Zus (=sister), Broer(=brother), Mama (= mom), papa (=dad), keuken (=kitchen), slaapkamer (=bedroom), badkamer (=bathroom), living ( =livingroom), hond(=dog), kat(=cat), lief(je) (=girlfriend), vrijer (= boyfriend).

 

Ik hou van jou. (I love you)

Dat smaakt. (It taste)

Ik ben bang. (I’m afraid)

 

…………………………………….               ………………………………………..

…………………………………….               ………………………………………..

…………………………………….               ……………………………………….

 

 

 

 


           De Dieren - Gli animali

 

 

 

                   Een kat

 

 

                                      

                    Een hond

 

                         Een vis

 

 

                  Een koe

 

                een varken

    

 

 

                                          Een paard

 

 

 

                                              Een olifant

 

 

 

                                         Een kikker       

 

                       

    


The Days of the week

De dagen van de week

 

Lunedi = maandag

Martedi = dinsdag

Mercoledi = woensdag

Giovedi = donderdag

Venerdi = vrijdag

Sabato = zaterdag

Domenica = zondag